maandag 15 februari 2016

Scenario's Vrije School 2030 Quest 2

Inleiding trends en drijvende krachten voor het onderwijs van 2030

Vanaf 2016 is de onderwijssector drastisch veranderd. Een van de belangrijkste ontwikkelingen binnen scholen was de toenemende prioriteit van digitalisering binnen het onderwijs. Door de snelle technologische ontwikkelingen in de maatschappij is het werkveld ook sterk van karakter veranderd. In toekomstige banen krijgt men steeds meer te maken met fenomenen als zelfsturing, Het Nieuwe Werken en ‘een leven lang leren’. Dit vraagt om nieuwe vaardigheden, om nieuwe manieren van samenwerken. En het vraagt om nieuwe vormen van leren: flexibel, interactief en vooral persoonlijk.
Daardoor vormde de ontwikkelingen rondom persoonlijk leren een belangrijke drijvende kracht. Vanuit de overheid werd stevig ingezet op een goede combinatie van deze twee aspecten.  

Een drijvende kracht voor de inrichting van het onderwijs wordt aangestuurd door de economische ontwikkelingen die zijn ingezet in de jaren '00 van deze eeuw, en in 2016 al duidelijk zichtbaar was: het economisch machtscentrum is verschoven van Europa en de VS naar Azië. In de geglobaliseerde wereld blijft de sterkste troef van Europa onze kenniseconomie. Voor het onderwijs van 2030 betekent dit dat we hierin moeten blijven investeren, voor álle leerlingen collectief is een minimale kennisbasis nodig. 

In 2016 zijn voor het Novalis College, school voor voortgezet vrijeschoolonderwijs, daarom 4 mogelijke scenario's ontworpen. De scenario's zijn ontwikkeld tussen de uitersten van het spectrum: Gepersonaliseerd vs. Collectief en Cognitief vs. Non-Cognitief. 


Scenario 1.  Cognitief –Collectief


Het is 1 september 2030. Het nieuwe schooljaar begint. Het nieuwe mens- en maatschappijlokaal kan in gebruik genomen worden. Het is een prachtlokaal geworden. Alle wanden, inclusief vloer en plafond zijn volledig ingericht volgens de nieuwste VAR (Virtual- en Augmented Reality) technieken. Wanneer de leerlingen binnenkomen kan ik ze direct in de omgeving te plaatsen waar de les over gaat.

Voor de eerste les heb ik ervoor gekozen om ze mee te nemen naar Java waar ik deze vakantie ben geweest. Dankzij mijn nieuwe VR camera heb ik mijn reis zo kunnen filmen dat deze gebruikt kan worden in mijn lokaal. Door oude beelden te integreren is het me gelukt om hen te laten zien hoe Indonesië van een perifere agrarische samenleving zich in honderd jaar heeft ontwikkeld tot een machtig centrumland. Het komt heel goed uit, want de ontwikkeling van Azië tot economische supermacht is een belangrijk examenonderwerp. Onze leerlingen moeten leren welke aspecten bij zullen dragen om te zorgen dat Europa zijn positie in de wereldeconomie kan herstellen.

Op de 'digitafels' kunnen de leerlingen opdrachten maken die gekoppeld zijn aan de beelden. Met hun eigen ‘wearables’ kunnen de leerlingen aanvullende informatie opvragen. Via ons nieuwe leerling-volg-en feedbackprogramma Go Forward dat aan de tafels en wearables gekoppeld is, krijgen de leerlingen direct te zien hoe zij hebben gescoord. Het ‘internet of things’ maakt dat we in staat zijn om onze lessen gemakkelijker in te richten zoals wij dat zelf wensen. We gebruiken een flexibele digitale leeromgeving, waarmee we als docenten gemakkelijk met interactief sjabloon, als checklist voor de eindtermen, onze eigen leeromgeving kunnen inrichten.

Voor leerlingen met leerproblemen zoals dyslexie, en AD(H)D wordt het programma direct aangepast. Bijvoorbeeld leerlingen met AD(H)D krijgen meer focus in de beelden en minder kans af te dwalen naar topics die niet ter zake zijn. Dit wordt dan aangegeven door een digitale geluidsmuur van 'focusmusic' met een frequentie die het focussen stimuleert. Onderzoek heeft aangetoond dat veel kinderen hiermee tot een betere kennisopname komen en het hun cognitieve prestaties verbeterd.

Het was de afgelopen jaren lastig om onze vrijeschoolpedagogiek te handhaven binnen de eisen die de Europese overheid van het onderwijs stelt. De ontwikkeling van de kenniseconomie staat voorop volgens onze Europese regering. In de PISA ranking werd Europa de afgelopen jaren ingehaald door de Aziatische landen. De nieuwe generaties moeten ervoor zorgen dat deze tendens niet doorgezet wordt. Helaas is dit ten koste gegaan van een deel van de vrijeschoolpedagogiek, waarbij juist de individuele ontwikkeling van belang is en waarbij men niet uitgaat hoe nieuwe generaties in de huidige maatschappij passen, maar hoe de nieuwe generaties een nieuwe maatschappij kunnen vormgeven.


Scenario 2  Cognitief - Gepersonaliseerd


Het is 1 september 2030. Vandaag beginnen we in ons totaal vernieuwde gebouw. Het is leuk mijn collega’s weer ‘live’ te zien. Natuurlijk hield ik ook in mijn vakantie contact via mijn ‘holowatch’. We gaan vandaag met een groep mens- en maatschappijcollega’s een nieuwe module maken over ‘Azië als economisch machtscentrum’. De beelden die ik tijdens mijn reis naar Java met mijn VR camera heb gemaakt vormen een aanvulling op de content die er voor deze module op het Europees kenniscentrum te vinden is.
Daarna heb ik nog een paar afspraken met leerlingen om hun leerroute van die week te bespreken. Zij kunnen in het gebouw ook gebruik maken van de leerruimtes. We hebben nu een aantal nieuwe 'VAR*-ruimtes' (*Virtual and Augmented reality), waar de leerlingen zich, in een realistische omgeving kunnen plaatsen. Met speciale schoenzolen kun je door de ruimte wandelen in de VAR-omgeving, zonder tegen de muren te botsen. De leerling kan vragen stellen over een object dat hij ziet door een speciale bril die de focus van de ooglens volgt. 
Dankzij de toepassing van ‘learning analytics’ houdt het leerling-volg-en feedbacksysteem ‘Go Forward’ bij waar de leerling staat in zijn kennisbasis over een onderwerp. De opdrachten worden hierop automatisch aangepast, zodat een hiaat in de kennisbasis voorkomen wordt. Via de AR techniek worden leerling specifieke aanvullingen geprojecteerd op de VR omgeving. Bijvoorbeeld extra aanwijzingen en uitleg of uitdagende 'Quests'. Er zijn altijd leraren aanwezig om de leerlingen verder te helpen, 'scaffolding' is een veel gebruikte didactische vorm.

Aanvankelijk had de Vrije Schoolbeweging veel moeite met de invoering van deze technieken en de focus op de cognitieve ontwikkeling. We hebben echter juist het ervaren nadeel om kunnen zetten in een voordeel. De motivatie van de leerlingen is duidelijk toegenomen nu zij zelf hun leerroute kunnen kiezen. Bovendien bieden de aanvullende programma’s extra uitdaging en ontwikkel-mogelijkheden voor de individuele leerlingen, vanuit hun eigen interesses en behoeften.

Het blijft in de Vrije School echter wel belangrijk dat de leerlingen, naast hun cognitie, hun voelen en willen ontwikkelen. Daarom kunnen de leerlingen zich inschrijven in 'atelierklassen' naar keuze waar zij aan de slag gaan met praktische- en kunstzinnige opdrachten. De praktische opdrachten zijn gekoppeld aan een betekenisvol maatschappelijk thema, bijvoorbeeld: Verzorg een 3 gangen menu aan 40 asielzoekers. Waarbij de leerlingen dit ook daadwerkelijk met een groepje dit moeten uitvoeren. Maar een groepje leerlingen kan er ook voor kiezen een ontwerpopdracht van een bedrijf uit te voeren.

De kunstzinnige ontwikkeling is kan op ieder moment van de dag door de leerlingen zelf ingepland worden. Leerlingen kunnen dit op school, maar ook thuis kunnen doen en via hun eigen 'holowatch' de ontwikkeling hiervan aan de docenten kunnen laten zien. Vrijetijdsbesteding zoals muziek- of toneellessen kunnen aan het eigen curriculum gekoppeld worden.

Er wordt veel gedaan aan intervisie waarin leerlingen vraagstukken kunnen voorleggen aan hun leergroep. Doordat zij zelf kunnen plannen wanneer zij leren en kunstzinnig bezig zijn merken we dat de leerlingen tot betere resultaten komen. Zowel op cognitief- maar ook op kunstzinnig gebied. Het denken, voelen en willen komt meer in evenwicht omdat de leerling zelf het moment kan bepalen waarop dit het beste uitkomt. Dat kan dus ook ’s avonds en in het weekend zijn. We meer gemotiveerde leerlingen en een zeer hoog slagingspercentage voor de Centrale Europese examens.



Scenario 3:  Non-Cognitief – Gepersonaliseerd


Het is 1 september 2030. Ik ben benieuwd naar de jaaropening die is georganiseerd door een groep leerlingen. Ieder jaar geeft een aantal leerlingen zich op voor dit project, en het lijkt erop alsof ze er een beetje een wedstrijdje van maken om de vorige groep weer te overtreffen. Mooie verhalen, een VR film die door een leerling is gemaakt, een gedicht, , muziek, een act. En daarna, een heerlijk lunch die door de leerlingen is verzorgd.

Daarna ga ik, samen met een collega, mijn VR film over mijn reis naar Java toevoegen aan een VR-lessenserie over ‘Azië als economisch machtscentrum’. Waarmee de leerlingen gebruik kunnen maken van de VAR lokalen en de maatschappelijke ontwikkelingen kunnen ervaren via AR en VR technologie.

De Centrale Examens zijn voor de meeste vakken geschrapt. Alleen Nederlands en Engels worden nog Centraal getoetst, al zal dit ook zijn langste tijd wel gehad hebben. We zijn weer vrij vanoverheidsbemoeienis, en de leerlingen kunnen zich ontwikkelen tot vrij denkend subject, zoals de oude Biesta het ooit zo mooi beschreef.

Het onderwijs is weer ingericht op persoonlijkheidsvorming in de brede zin van het woord. De leerlingen ontwikkelen zich aan betekenisvolle ervaringen door middel van projecten die we samen met de gemeente en bedrijfsleven aanbieden. Aan de projecten zijn wel criteria verbonden, zodat de leerlingen aan de hand van een, door henzelf opgestelde, werk- en leerroute het project afronden. De jongere leerlingen krijgen meer begeleiding en volgen een duidelijker stappenplan, zijn de projecten korter en meestal nog in het schoolgebouw. De school is ook nauw verbonden met de internationale 'Makers Movement' waardoor leerlingen uitgedaagd worden innovatief te denken en te ontwerpen. We werken bij de projecten vaak samen met de Makers Movement.
De oudere leerlingen moeten het steeds meer zelf organiseren en bepalen hun werkplek zelf, dat is afhankelijk van het project. Het aanbod van projecten is enorm divers, vanuit verschillende gebieden worden projecten samengesteld: technische-, sociale-, zorg-, groene-, kunstzinnige-, economische, duurzaamheid projecten, en meestal een combinatie van verschillende richtingen.

We vinden het belangrijk dat de leerlingen zich breed ontwikkelen, zeker ten aanzien van de non-cognitieve vaardigheden. Ieder project is daarom langs een meetlat gelegd om te kunnen beoordelen of het voldoet aan de vaardigheden zoals, samenwerken, creativiteit, probleemoplossend vermogen, kritisch denken, ICT vaardigheden, communicatie en sociale vaardigheden. Daarnaast zijn de leerlingen steeds meer zelf verantwoordelijk om hun kennisbasis op te bouwen, omdat in de projecten ook gevraagd wordt om vakkennis. Hiervoor hebben we een enorme database van 'MOOC’s' die aansluiten bij de projecten en keuzemodulen. Docenten en andere experts zijn gekoppeld aan verschillende MOOC’s om feedback te geven en de leerlingen te helpen.

Een keer in de maand wordt er een 'projectfair' gehouden. De leerlingen die een project hebben afgerond presenteren hun resultaten aan belangstellenden: medeleerlingen, leraren, ouders, vertegenwoordigers uit het bedrijfsleven en vervolgopleidingen en zelfs buurtbewoners. Er worden vaak zeer innovatieve bijdragen van de leerlingen getoond waar bedrijven veel interesse in hebben. Ook de vervolgopleidingen staan meteen paraat om de leerlingen een onderzoeksproject aan te bieden, waarmee de leerlingen direct toelaatbaar zijn voor die MBO, HBO of universiteit.

De enorme toegenomen technologische toepassingen voor het onderwijs heeft ervoor gezorgd dat we weer meer een Vrije School kunnen zijn dan 15 jaar geleden. Dankzij ‘Big Data’ en ‘learning analytics’ hebben we geen gestandaardiseerde diploma’s nodig. De leerlingen leren veel meer dan voorheen, maar dan datgene waar zij zelf voor kunnen kiezen. Om hen in die keuzes te begeleiden zijn de wekelijkse mentorgroep bijeenkomsten van belang.

Sinds de invoering van dit programma is het gemiddelde uitstroomniveau van de leerling gestegen. Je wordt immers niet meer afgerekend op je zwakste vakken zoals vroeger met de diplomastructuur, maar vooral beoordeeld op je ‘Quantified en Qualified Self’. Het Qualified Self is het fenomeen dat de mens in toenemende mate technologie integreert in zijn leven, met het doel informatie te verzamelen over zichzelf en hiervan te leren. Het Qualified Self geeft informatie over de context, waardoor er veel meer inzicht gegeven wordt over de totale ontwikkeling van de de leerling.

De leerlingen zijn meer gemotiveerd omdat ze zelf kunnen kiezen welk programma ze doorlopen. Omdat het levensechte projecten zijn, doen ze het niet voor school en cijfers, maar voor een klant of bedrijf.
De leerlingen voelen zich serieus genomen en handelen daar ook naar. Voor leerlingen met leerproblemen hebben we trajecten met een intensievere begeleiding en projecten met een meester, leerling karakter, waarbij de leerling onderwezen wordt terwijl hij aan het werk is aan het project.

Scenario 4 Non-Cognitief –Collectief


Het is 1 september 2030, en ik kijk uit naar het nieuwe schooljaar. Ons onderwijs is nu vooral gericht op het ontwikkelen van non-cognitieve vaardigheden a.d.h.v. levensechte projecten. De Centrale examens zijn daarmee afgeschaft. Het leercentrum is gericht op socialisatie en 'subjectivering', jezelf ontwikkelen in samenhang met de ander, klasgenoten, docenten, de omgeving, het bedrijfsleven. Als lid van een gemeenschap werk je aan existentiële wereldvraagstukken.
Met behulp van de VAR-ruimtes kunnen we een klas in een levensechte gesimuleerde situatie plaatsen. Middels ‘quests’ en ‘gamification’ gaan de leerlingen in groepen aan de slag om vraagstukken op te lossen. Daarvoor zullen zij allerlei non-cognitieve skills moeten gaan toepassen: samenwerken, creativiteit, probleemoplossend vermogen, kritisch denken, ICT vaardigheden, communicatie en sociale vaardigheden.

Maar de leerlingen werken zeker niet alleen met digitale middelen. Ook de uiteenzetting met ‘echte’ materialen zoals hout, metaal en klei dragen bij aan de persoonsvorming. Doorzettingsvermogen en de wil wordt ontwikkeld door de uiteenzetting met deze materialen. Door toneel, muziek en beeldende kunsten wordt het ‘hart’ gevoed, en draagt bij aan cultuureducatie. Er wordt ook nog echt ‘onderwezen’, de docent gaat in dialoog met de groep over maatschappelijke vraagstukken. De uiteenzetting in de groep zorgt voor een synergie. De school is actief in de 'Makers Movement' waarin ontdekkingen en kennis over de wereld wordt gedeeld. Er zijn projecten waarvoor een groep leerlingen zich kan opgeven. Deze projecten dragen bij aan de samenleving, zoals koken voor vluchtelingen of een spelmiddag met bejaarden organiseren. De projecten worden ook in de omgeving uitgevoerd, waardoor de sociale interactie in de gemeenschap wordt versterkt.

Het Novalis College is zeer content met deze ontwikkeling. We doen weer waar we voor staan, 'Bildung': ‘het kritisch opvoeden met als doel te kunnen ontsnappen aan maatschappelijke verwachtingen en het vermogen op te groeien naar je eigen natuur’. Bildung heeft de taak de menselijke geest te ontwikkelen, ontvouwen en verlichten, om haar onafhankelijk te maken. Dit gebeurd wel door met elkaar in verbinding te staan.

  • Biesta, G. J. J. (2015). Het prachtige risico van onderwijs. Culemborg: uitgeverij Phronese.
  • Bouwen, G., De Ruytter,G., De Rynck, P., Van Meeuwen, N., Vandensande, T. (2014) De nieuwe school in 2030: Hoe maken we leren en werken aantrekkelijk? Mogelijke toekomsten van het onderwijs in Vlaanderen. Een gemeenschappelijk initiatief van het Departement Onderwijs en Vorming, de Vlaamse Onderwijsraad en de Koning Boudewijnstichting.
  • Dohmen, L.J.M.C. & Hartog, I. (2014). Bildung en burgerschap. Martha Nussbaums pleidooi voor een brede humanistische vorming. In R. Tinnevelt & Y. Denier (Eds.), Martha Nussbaum. Filosofie als activisme (Denkers). Klement & Pelckmans.
  • Inspiratieboekje Vrijeschoolse mediapedagogiek, Freek Zwanenberg In opdracht van: Vrijeschool Pabo BVS-schooladvies Vereniging van vrijescholen.
  • Hulsen, M. (2007). Onderwijsthema’s in internationaal perspectief. Nijmegen: ITS in opdracht van de Onderwijsraad.
  • Marzano, R., Heflebower, T. (2013) Klaar voor de 21e eeuw, vaardigheden voor een veranderende wereld. Rotterdam: Bazalt
  • McLuhan, M. (1994). Understanding media: The extensions of man: MIT press.
  • OECD. (2008). Vormgevende trends binnen het onderwijs. (‘Trends shaping education’, vertaald door KPC-groep).
  • OECD. (2013). Trends Shaping Education 2013, (Vol. OECD Publishing). Paris: OECD Publishing.
  • Spitzer, M. (2013). Digitale dementie: hoe wij ons verstand kapotmaken: Atlas Contact.
  • Steiner, R. (1987). Opvoedkunst: methodisch-didactische aanwijzingen: Uitgeverij Christofoor.
  • Tough, P. (2013). How children succeed: Random House.
  • Voogt, J., & Roblin, N. P. (2010). 21st century skills. Discussienota. Zoetermeer: The Netherlands: Kennisnet.
  • Visie op cultuureducatie in het Funderend Onderwijs, Landelijk Kennisinstituut Cultuureducatie en Amateurkunst, Utrecht juli 2015
  • Wurdinger & Qureshi, (2014). Enhancing College Students’ Life Skills through Project Based Learning. Springer Science+Business Media: New York.
  • https://youtu.be/9Kq3rwjMxTE








maandag 25 januari 2016

Beoordeling Quest 1


Naam producerend leerteam: Game Over: Danielle Stephan

Naam peer-beoordelaar: Lieke van Tartwijk, Erik Meester, Marcel Schenkeveld, Hilde Cuppen

Totaal aantal toegekende punten namens de rest van het team: 34

++ /+ /- /-- (incl. toelichting)
Criteria
+
De trends worden voornamelijk onderbouwd voor de eigen onderwijsorgnisatie. Dit was ook de opdracht van de quest maar in de criteria wordt ook gevraagd naar de onderbouwing voor andere sectoren.

++
De trends hebben invloed op alle lagen van het onderwijs. Duidelijke nadruk om rol van vrije school concept.

+ Trends worden helder beschreven vanuit eigen onderwijssector. Onderbouwing vanuit andere sectoren ontbreken nog.

+
Je hebt goed aangegeven wat maakt dat deze trends en drijvende krachten goed zijn.
Je hebt raakvlakken met meerdere niveaus van onderwijs.

De relevantie van de gekozen trends en drijvende krachten is onderbouwd voor meerdere vakgebieden (bv voor po en v(s)o en hbo).
+ +
Ook de visie op vrije school onderwijs wordt meegenomen in trendanalyse. Ook worden de gevolgen van de trends voor het onderwijs benoemd vanuit verschillende perspectieven.

++
De trends zijn uitgebreid beschreven en de drijvende krachten worden geëxpliciteerd. Er wordt vanuit verschillende perspectieven gekeken.

++ Helder eigen visie op onderwijs blijkt uit jouw stuk. Daarnaast ook andere perspectieven beschreven.

++
naar aanleiding van je blog en het
leerteamgesprek laat je zien een heldere visie op onderwijs te hebben en deze vanuit meerdere perspectieven te kunnen bekijken
en mee te nemen naar de door jou gekozen trends en drijvende krachten

Uit de verantwoording van de keuze van de trends en drijvende krachten blijkt een heldere visie op onderwijs waarbij verschillende perspectieven worden meegenomen (o.a. maatschappelijk, wetenschappelijk en economisch)
+
De drijvende krachten zijn helder beschreven vanuit de visie op onderwijs maar hadden nog wat meer verdiept kunnen worden.

+
Trends zijn onderbouwd met literatuur en goed beschreven. Scenario’s zijn wat minder uitgebreid beschreven maar wel zeer duidelijk persoonlijk onderzoek naar trends gedaan. Er is sprake van een breed onderbouwde analyse.

+ Voldoende zijn de trends en drijvende krachten beschreven.

++
De trends en drijvende krachten zijn helder beschreven en onderbouwd met actuele en relevante (wetenschappelijke) literatuur
+
Wanneer de zorg wordt benoemd van leerlingen die veel met hun mobieltjes bezig zijn in plaats van persoonlijke contacten wordt hier ook de maatschappelijke opdracht van de school benoemd.

+
De rol van de school in de opvoeding van leerlingen wordt genuanceerd.

+ De grenzen van maatschappelijke opdracht wordt benoemd en kan nog wel meer diepgang krijgen.
-
Ik mis een tegenbeweging in de geschetste trends. Ik begrijp waarom je heel positief bent, maar wat maakt nu dat dit eventueel niet mogelijk gaat zijn binnen de sector?

De grenzen van de maatschappelijke opdracht van de sector worden ter discussie gesteld
-
Nog niet, maar dit zou nog kunnen komen.

+
De gekozen trends zijn voorgelegd aan peers. Er wordt geredeneerd vanuit het landelijke netwerk voor vrije scholen.

- Ontbreekt nog in stuk

?
De gekozen trends zijn voorgelegd aan peers in onderwijsinnovatie-trajecten (bv in landelijke/regionale netwerken of digitale fora)



Feedback is inmiddels gegeven (DS)

De criteria hebben relatie met onderstaande pi’s
·       Over de grenzen van het eigen vakgebied (context) heen kijken.
·       Ontwikkeling van visie op onderwijs waarbij verschillende
perspectieven, ontwikkelingen en trends (toekomstgericht) worden meegenomen;
·       Participeren in (landelijke/regionale) onderwijsinnovatie-trajecten
·       In staat zijn de grenzen van de maatschappelijke opdracht van de sector te

onderbouwen/beargumenteren;

zaterdag 23 januari 2016

Scenario's voor het Novalis College in 2030





























Scenario's voor het het onderwijs op het Novalis College in 2030.

De vereniging van Vrije Scholen heeft  een visiedocument op het vrijeschoolonderwijs in 2032 ontwikkeld en overhandigd aan Renee van Eijk van het Platform onderwijs 2032.

In deze visie staat voorop dat de Vrije Scholen een grote waarde hechten aan sociale intelligentie, creativiteit, persoonlijkheidsvorming en een solide cognitieve basis.
Er moet evenwichtig aandacht zijn voor de persoonlijkheidsvorming, de sociaal-emotionele- en de motorische ontwikkelingsaspecten.
De Vrije Scholen vinden het natuurlijk belangrijk dat leerlingen voorbereid zijn op de toekomstige arbeidsmarkt, maar daaraan gaat vooraf dat zij zijn voorbereid om een plaats in de samenleving te kunnen vormgeven.
Daarvoor is het ontwikkelen van het denken, voelen en willen het uitgangspunt van de keuzes die gemaakt moeten gaan worden in het onderwijs van de toekomst.

‘De brede benadering ten aanzien van de persoonsvorming van kinderen is een belangrijk aspect van eigentijds onderwijs en verdient structureel een centrale plaats in de dialoog over de essentie van ons onderwijs’. 

Het visiedocument beschrijft waar men voor staat en wat de vrijescholen willen voor het onderwijs van de toekomst maat men schrijft bewust niet voor Hoe dit onderwijs moet worden vormgegeven.

Staatssecretaris Sander Dekker stelt:
“Een kind dat vandaag voor het eerst naar school gaat, solliciteert in 2032 naar zijn eerste baan. Leert dit kind nú op school wat het dán nodig heeft om een vliegende start te maken?”

Dit uitgangspunt strookt niet met een van de belangrijkste kenmerken van het vrijeschoolonderwijs zoals Steiner het bedoelde.
Het uitgangspunt is niet; hoe past het kind straks in de bestaande maatschappij, maar: hoe kunnen wij de kinderen zo helpen in hun eigen ontwikkeling zodat zij in staat zijn de maatschappij te verrijken. 

 ‘De vraag is niet, wat de mens moet kunnen en weten teneinde zich in de bestaande sociale orde te kunnen voegen; maar wel, wat er in aanleg in de mens aanwezig is en in hem ontwikkeld kan worden. Pas dan kan de opgroeiende generatie de maatschappij steeds opnieuw met nieuwe krachten verrijken(Steiner, 1987).’ 

In zijn boek ‘Een kwestie van karakter’ (oorspronkelijke titel: ‘how children succeed’) van Paul Tough (2013) beschrijft hij dat niet het IQ bepalend is voor succes, maar juist de non-cognitieve vaardigheden zoals; doorzettingsvermogen, nieuwsgierigheid, zelfregulatie en optimisme veel beter voorspellers zijn voor succes. Zie ook het filmpje hieronder:



Ik kan me goed vinden in deze boodschap. Zelf merk ik dat onze leerlingen, vaak van autochtone, hoog opgeleide ouders, over beschermd worden en niet meer in staat zijn om te gaan met tegenslagen. Ze zijn steeds meer gefocust op het behalen van hoge cijfers en een zo hoog mogelijk diploma.
Een tendens die in het verleden van de vrije school veel minder aanwezig was. Maar met de verplichte invoering van examens, PTA’s profielen en sectoren een vlucht heeft genomen.
Een aanzienlijk aantal leerlingen is gestrest en overbelast doordat de school zelf in een spagaat zit tussen de exameneisen die gesteld zijn door de overheid en het vrijeschoolleerplan waarbij een breed en kunstzinnig aanbod van essentieel belang is voor de ontwikkeling van de leerling. Hierdoor ontstaat een overvol programma waarin de leerlingen, vooral in de bovenbouw, enorm lange dagen maken en vaak niet meer toekomen aan hun eigen hobby’s en passies.


Er wordt op dit moment op onze school nog geen sterke visie ontwikkeld en een keuze gemaakt hoe het onderwijs in de school vormgegeven wordt in 2030.
De huidige situatie, de spagaat waarin we zitten, maakt zichtbaar dat het uitstellen van het maken van hernieuwde visie op het onderwijs een risicofactor is voor de school. 

Ik probeer in mijn scenario’s een beeld te gaan vormen van het Novalis College in 2030.
De maatschappelijke trend en dus ook op het Novalis College een grote rol gaat spelen is de digitalisering van de maatschappij zoals omschreven wordt in het OECD rapport: Trends Shaping Education 2013 (OECD, 2013) . De drijvende krachten die hierbij een rol spelen zijn de ontwikkelingen van nieuwe technologieën die een andere didactische benadering in het onderwijs mogelijk maken.

‘ We shape our tools and thereafter our tools shape us’ (McLuhan, 1994) . 

Echter, deze trend vraagt ook om een andere beweging, aangezien de digitalisering van de maatschappij vraagt om andere vaardigheden.  Door technologie en digitalisering verandert de maatschappij van een industriële naar een kennis- en netwerksamenleving. In de toekomst gaat technologie een nog grotere rol spelen. 
De geglobaliseerde kenniseconomie vraagt om mensen die zelfredzaam zijn en zich sociaal verantwoordelijk voelen. Aandacht voor persoonlijke ontwikkeling dus, ontwikkelingsgericht onderwijs, wordt steeds meer een tegenhanger van het huidige onderwijs, welke de focus heeft op cognitieve ontwikkeling en een kwalificerende inhoud.
Meer en meer wordt onderschreven dat de ontwikkeling van het probleemoplossend vermogen, creativiteit, kritisch denken, sociale en culturele vaardigheden, samenwerken en ICT-geletterdheid de jonge mens vaardigheden aanreikt om te kunnen leven in de maatschappij van de toekomst. In het onderwijs worden deze non-cognitieve vaardigheden de 21st Century Skills genoemd (Voogt & Roblin, 2010).

“Frankly, it’s not about the technology, but it’s all about connectedness. Connectedness, which is the capacity to benefit from connectivity for personal, social, work or economic purposes, is having an impact on all areas of human activity.”  Lynda Hawe

Voor het Novalis College wil ik de drijvende kracht beschrijven als ontwikkelingsgerichtheid. Een term die beter aansluit bij het Vrije Schoolleerplan.
Op dit moment zijn we vooral in de bovenbouw steeds meer gericht op het behalen van diploma’s… maar de wens om weer, maar wellicht op een andere manier, ontwikkelingsgericht te werken is aan alle kanten hoorbaar en merkbaar.
Er bestaat binnen de vrije-schoolbeweging  ook een enorme zorg over en weerzin tegen de digitalisering van het onderwijs. Deze zorg is niet onterecht wanneer men onderzoeken leest zoals die van Manfred Spitzer  (2013) en  ook bij ons nu al zichtbaar is hoeveel jongeren niet meer met elkaar in gesprek gaan in de pauzes en na school, maar vooral met hun smartphones in een virtuele wereld bewegen. De échte wereld biedt de grootste bron van kennis, vaardigheden en mogelijkheden tot persoonsontwikkeling. Voor de Vrije Scholen, en dus ook het Novalis College is het vinden van een gezond evenwicht tussen de echte en digitale leeromgeving in ieder geval een grote uitdaging. Ik zou het streven naar een gezonde evenwicht ook willen adviseren aan alle vormen van onderwijs. 

Bronvermelding

McLuhan, M. (1994). Understanding media: The extensions of man: MIT press.
OECD. (2013). Trends Shaping Education 2013, (Vol. OECD Publishing). Paris: OECD Publishing.
Spitzer, M. (2013). Digitale dementie: hoe wij ons verstand kapotmaken: Atlas Contact.
Steiner, R. (1987). Opvoedkunst: methodisch-didactische aanwijzingen: Uitgeverij Christofoor.
Tough, P. (2013). How children succeed: Random House.
Voogt, J., & Roblin, N. P. (2010). 21st century skills. Discussienota. Zoetermeer: The Netherlands: Kennisnet.


Feedback van mijn collega Erwin Rodijk:
            Heel fijn om bevestigd te worden in het feit dat onderwijs niet gericht moet zijn op het heden of verleden, maar op de toekomst. Zelf geef ik geschiedenis en dit vak leert ook zaken uit het verleden, zodat leerlingen dit kunnen toepassen in hun eigen toekomst.
De nadruk leggen op het ontwikkelen van vaardigheden ipv kennis is een uitstekend voorbeeld van toekomstige behoeftes van de maatschappij. Een overdaad aan kennis kun je via de digitale weg overal en altijd oproepen. Een ontwikkeling van je attitude is een veel moeilijker proces en verdient onze primaire aandacht.
De gezonde balans tussen deze twee dragers van 'het onderwijzen' zal een langdurig proces zijn. De spagaat zal hierin een onvermijdelijke fase zijn, maar de juiste ontwikkelingsgerichtheid en het ontwikkelen van een kernvisie zal hierbij van doorslaggevend belang zijn.
Interessante zienswijze in deze blog, die ik zeker ondersteun.
Met vriendelijke groeten,

Erwin Rodijk, docent geschiedenis Novalis College